2000 Nicaragua, Gender specialist


 
 

'Hť Carla, je bent gisteren naar La Champa, geweest he?' 'Eh ja.' 'En je hebt met Monica en Miguel gedanst, je had je gele jurk aan.'

'Hoe weet je dat allemaal, ik heb je helemaal niet gezien, je was daar toch niet?' Mijn Nicaraguaanse collega Juan keek me aan met veelbetekenende blik, alsof hij wilde zeggen: 'Wij weten alles.' Ik had soms het gevoel dat prinses Maxima meer privacy had dan ik in dit kleine stadje San Carlos omringd door tropisch regenwoud.

Genderonderzoek

Voor mijn werk bezocht ik boerderijen en sommige dorpjes waren alleen te bereiken te paard, omdat ze diep in het regenwoud lagen.

Na een jaar in Nicaragua veranderde mijn werk en werd ik 'gender specialist'. Als gender specialist kijk je naar man/vrouw verhoudingen in relaties, bedrijven, eigenlijk de relaties tussen mannen en vrouwen op alle niveaus in een samenleving.

Ik ging onderzoek doen naar de financiele positie van de boerinnen. Het was best moeilijk om eerlijke antwoorden van boerinnen te krijgen. Ze wilden alleen anoniem geÔnterviewd worden omdat ze bang waren dat hun antwoorden consequenties zouden hebben. Eťn van de boerinnen vertelde me: 'Klein dorpje, grote hel.' Waar ze mee bedoelde dat er veel geroddeld wordt in een klein dorpje. Ik beloofde hen dat ik integer met hun antwoorden om zou gaan. Alle geÔnterviewden kregen een nummer, hun namen zou ik niet noteren. Ze schonken mij hun vertrouwen.

Van een peace corps volunteer uit Amerika die in een boerendorpje woonde hoorde ik dat bijna alle vrouwen in de boerendorpjes geslagen werden door hun man. De boeren hadden gevochten in de Nicaraguaanse burgeroorlog, de Sandinisten tegen de Contra's, soms zelfs als buren tegen elkaar. Velen waren getraumatiseerd uit de oorlog gekomen en regelmatig reageerden ze zich af op hun vrouwen. Dit geweld druppelde omlaag in de hiŽrarchie van het gezin. De moeder sloeg haar kinderen, dat zag ik gewoon open en bloot buiten gebeuren. Soms werden de kinderen zelfs geslagen met een riem. Op hun beurt zag ik de kinderen weer dieren pesten. Ze beschoten katten met katapulten en bonden lege blikjes aan staarten van paarden. In deze context kon ik begrijpen dat de boerinnen niet vrijuit durfden te praten.

Ik vroeg hen onder andere wat ze zouden doen als ze de loterij zouden winnen. Dit was een open vraag, dus ze konden antwoorden wat ze wilden. Meestal kreeg ik dezelfde antwoorden, ze wilden kippen en koeien kopen of een klein winkeltje waar ze suiker, koffie en andere houdbare zaken konden verkopen. Dit laatste zou niet erg lucratief zijn, want er bestonden al veel van die kleine winkeltjes in ieder dorp, ze zouden elkaar de tent uit concurreren.

Ik had in een eerder stadium ook wat diepte interviews gehad, een enkeling nam me in vertrouwen en vertelde me iets dat voor mij daarvoor verborgen was gebleven. Alle boerinnen waren getrouwd, maar niet officieel voor de wet. Daar was simpelweg geen geld voor. Als je aan een boerin zou vragen of ze getrouwd was zou ze 'ja ' zeggen. Ze woonde immers al jaren met haar man samen in hetzelfde huis en ze had vier tot vijf kinderen van hem. Maar als je dezelfde vraag aan haar man zou stellen zou hij antwoorden dat hij vrijgezel was, hij was immers niet 'officieel' getrouwd, hij had geen papier waarop dat stond. Veel boeren gingen vreemd met jonge meisjes, die in ruil voor hun diensten cadeautjes kregen, zoals nieuwe schoenen of kleding. Na verloop van tijd ging een boer vaak verder met een jongere vrouw, liet zijn eigen vrouw in de steek. Omdat de boerin niet officieel getrouwd was stond niets op haar naam, alles stond op de naam van haar 'ex-man'; het huis, het land, de koeien, alles van waarde. Berooid keer de vrouw dan terug naar het huis van haar moeder die ook alleen woonde.

Ik vond het een triest verhaal en besloot het op een hopelijk subtiele manier in mijn onderzoek te verweven, om te kijken of het verhaal klopte. Ik stelde dezelfde vraag opnieuw, 'Wat zou je doen als je de loterij zou winnen?' maar ik had nu kleine kaartjes met getekende afbeeldingen waar ze uit konden kiezen; een huis op hun eigen naam, een stuk land op hun eigen naam en andere antwoorden die de boerinnen eerder hadden gegeven; koeien, kippen, winkeltje enzovoort. Ik zag een soort kortsluiting ontstaan in hun hoofd, hun ogen werden groot. 'Kan dat ook? Kan ik dat ook kiezen?' En ze kozen bijna allemaal een huis en/of stuk land op hun naam, waarbij ze me op het hart drukten dat ze echt anoniem wilden blijven in dit onderzoek.

Ik was stil van de antwoorden, want ik begreep het achterliggende verhaal dat me in vertrouwen was verteld door een enkeling. De vrouwen gingen er vanuit dat ze over een aantal jaren berooid achter zouden blijven en met een huis/land op hun eigen naam, konden ze blijven wonen waar ze hun leven hadden opgebouwd. Ook zouden ze een betere onderhandelingspositie naar hun man toe hebben.

Het zou de vrouwen helpen als ze een huis/land op hun naam zouden hebben of als ze hun huwelijk officieel konden later registreren. Natuurlijk begreep ik ook wel dat de Nederlandse en Nicaraguaanse organisaties waar ik voor werkte niet konden beginnen aan dit soort 'donaties'. Ze hadden hier het geld niet voor en het paste niet in hun beleid. Mijn onderzoek legde wel een patroon bloot, een structuur waarin de boerinnen vast zaten en die van generatie op generatie doorgeven werd. Zonder financiŽle zekerheid en zelfstandigheid zou het volgens mij moeilijk zijn de boerinnen te empoweren zoals dat zo mooi in vakjargon heet. Waarmee wordt bedoeld de boerinnen in staat te stellen zelf hun problemen op te lossen.

Vrije tijd

In San Carlos was er niet veel vertier voor haar bewoners; er was ťťn discotheek La Champa met zwart geverfde muren met black light verlichting waar we wel eens met een groepje naartoe gingen. Verder waren er wat barretjes, maar ik snakte naar wat afleiding. Ik was zů blij dat er eindelijk een bioscoop kwam, ik kon mijn geluk niet op. Vrienden probeerden mij voorzichtig duidelijk te maken dat het een bioscoop was voor 'volwassenen'. Het muntje viel niet en ik antwoordde naÔef dat ik ook niet op tekenfilms van Walt Disney zat te wachten. Het ging natuurlijk om 'natuurfilms'.

Gelukkig konden we ons eigen vertier maken. In Nicaragua zei men: 'Iedereen is een kunstenaar tot je het tegendeel bewijst.' Dus kreeg ik schilderles en gitaarles.

Tegenover ons woonde een Cubaanse arts die ons gratis salsa danslessen gaf 'mueve la cintura' of beweeg je heupen. Het was een leuke mix van Nicaraguanen, Nederlanders, Cubanen en andere expats die bij mij thuis kwamen voor dansles.

Er was een eilandengroep in het meer van Nicaragua, genaamd Solentiname. Als ik geluk had kon ik een lift krijgen met een bootje. Ik vond het er fantastisch. Ik kon er kanoŽn, zwemmen en wandelen. De mensen waren bijna allemaal kunstenaars, ze maakten schilderijen, beschilderden houten vogels en ze maakten kleurige mobielen van vlinders en vogels. De energie was hier licht en vrolijk en ik ging er zo vaak mogelijk naartoe.

Op Solentiname ontmoette ik een leuke Nicaraguaanse student Tropische Bosbouw Miguel die daar een afstudeer vak deed en in Managua de hoofdstad woonde. We dansden salsa onder de sterrenhemel en we zwommen in het meer van Nicaragua in het licht van de maan. Hij was een wedstrijdzwemmer net als ik vroeger was geweest. We kregen een relatie en hij maakte mijn verblijf op Nicaragua zoveel leuker. Ik ben hem daar nog altijd dankbaar voor.

Op een dag ontving ik een schriftelijke uitnodiging bij de organisatie waar ik werkte voor een feestje van het leger. Ik werd uitgenodigd, door de man die de hoogste positie bekleedde in het leger van dit deel van Nicaragua. Iedereen was verbaasd. 'Waarom krijg jij die uitnodiging?' Ik had geen flauw idee, ik kende de man helemaal niet, had nooit een woord met hem gewisseld en hem zelfs nog nooit gezien. Ik had helemaal geen zin in dit feestje. Mijn Nicaraguaanse collega's legden mij uit dat ik de uitnodiging niet kon afslaan. Dit was een heel machtige man en die kon je niet voor het hoofd stoten. Gelukkig wilde de directeur van mijn Nicaraguaanse organisatie met mij meegaan als chaperon. Ik kan me verder weinig van het feestje herinneren, ik vond het nogal saai en naast mijn chaperon kende ik er verder niemand.

Bij de eerstvolgende ontmoeting met mijn vriend Miguel vertelde ik hem van deze vreemde uitnodiging van het leger. De volgende dag maakte Miguel het uit. Ik was erg verdrietig. Ik deelde mijn huis met Monica een Nederlandse studente, ze had een vriend in Nederland. Mijn Nicaraguaanse huishoudster had ook een vriend die in het buitenland werkte. We misten allemaal onze vriend en we vonden steun bij elkaar en bij chocola. Om een lang verhaal kort te maken, de chocola was niet aan te slepen. Als ik naar de hoofdstad ging nam ik voor iedereen chocola mee, omdat dat in San Carlos niet te krijgen was.

In de laatste maanden van mijn verblijf werd er steeds vaker gestolen uit mijn tuin. Er stond een muur om mijn tuin heen, die ik had laten beschilderen met een mooie afbeelding van het meer van Nicaragua en de eilanden van Solentiname, maar de muur bleek niet afdoende. De papaya's van mijn bomen verdwenen en zelfs ondergoed van de waslijn. Ik huurde een bewaker die de hele nacht in de tuin zat, dat gaf een veilig gevoel, maar je had toch minder privacy.

'Heel romantisch'

Mijn laatste dag was aangebroken bij de Nicaraguaanse organisatie in San Carlos waar ik twee en een half jaar had gewerkt. Mijn werk had ik afgerond, de resultaten van mijn onderzoek had ik in diverse organisaties in Nicaragua mogen presenteren. Ik was nu gezellig met een paar vrouwelijke Nicaraguaanse collega's aan het napraten. Juan kwam bij ons staan en na verloop van tijd durfde hij de vraag te stellen die hem waarschijnlijk al maanden op de lippen brandde. 'Carla, waarom heb je in al die tijd hier in Nicaragua geen relatie met een Nicaraguaanse man gehad?' Ik bracht hier tegenin dat ik toch een relatie had gehad met Miguel, de student. Hij antwoordde dat dat geen echte man was, nog maar een jongen. Nee het ging om een echte Nicaraguaanse man. Ik besloot hem in de val te lokken. 'Maar waar heb ik dan een Nicaraguaanse man voor nodig? Ik heb een eigen baan, een eigen huis en auto.' Juan gaf me onbedoeld een voorzet: 'Je snapt het niet Carla, een Nicaraguaanse man is heel romantisch.' Ik kopte de bal in: 'Ja hij laat me na een aantal jaar achter met vijf kinderen en ruilt me in voor een veel jongere vrouw dan ik. 'Heel romantisch'.' De vrouwelijke collega's om me heen plasten bijna in hun broek van het lachen en de vrijgezelle vrouwen riepen 'O Carla, je bent zů grappig. Jij begrijpt ons.' Juan droop af. Ik wil met terugwerkende kracht nog wel 'sorry' tegen hem zeggen, want het was niet aardig wat ik deed. Maar ik had al die maanden op mijn tong gebeten, mijn woorden ingeslikt en nu was ik even niet 'professioneel'.

Ondertussen was ik als gender specialist vooral gespecialiseerd geraakt in het op afstand houden van mannen. Ik had niet alleen een muurtje om mijn tuin gemaakt, maar ook om mijn hart en misschien zat er ook wel een bewaker voor de deur. Hoe ik een leuke partner moest vinden die bij me paste was me een raadsel. Hoe vond ik een man die een lange vrouw van 1,79 meter leuk vond, een vrouw met een universitaire graad, een globetrotster, die niet op haar mondje was gevallen, maar ook verlegen kon zijn, vegetarisch at en spiritueel was. Ik besloot hier een nieuw project van te maken bij terugkomst in Nederland.

Levensles

In Nicaragua zag ik heel duidelijke tegenstellingen, alsof het vuur (vulkaan) en water waaruit Nicaragua was ontstaan, deze uiterste yin en yang kwaliteiten had weten te behouden. Het inspireerde me om op zoek te blijven gaan naar het gezonde midden, waarin yin en yang, vrouw en man, links en rechts (politiek), geen uitersten op een lijn waren, maar meer naar het midden kwamen. Als een pendel die eerst ver uiteen zwaait en langzaam een kleinere amplitude krijgt, tot het kleine bewegingen maakt rondom het midden. Deze balans zocht ik niet alleen in mijzelf maar ook in mijn relaties met anderen.

De vrouwen in Nicaragua hebben mij ook geÔnspireerd om zoveel mogelijk financieel zelfstandig te zijn. Ik geloof dat financiŽle gelijkheid een relatie gelijkwaardiger kan maken, niet alleen in een huwelijk, maar ook op de werkvloer. Vrouwen in de EU verdienen nog altijd gemiddeld 16 procent minder dan mannen in gelijkwaardige banen.